Volleybal



Nederlandse volleybal bond

Doel van het spel

Het doel van volleybal, is de bal over het net sturen met de bedoeling hem de grond te laten raken binnen de speelhelft van de tegenpartij en de tegenpartij te verhinderen om dit op jou speelhelft te doen. Dit alles volgens de opgelegde regels van het volleybal.



Spelers

Op enkele uitzonderingen na, mogen ALLE spelers zowel vooraan (in aanval) als achteraan op het veld (verdediging of opslag) spelen. Een speler mag geen (fysieke) hulp krijgen van zijn/haar ploegmaats, Block tenzij om een fout te verhinderen
(over de middenlijn stappen, het net aanraken) Hierbij mag een teamspeler de andere speler tegenhouden. De spelers van het team aan de opslag, mogen niet met opzet het zicht op de opslaande speler of de baan van de bal blokkeren of hinderen. De bal mag met elk lichaamsdeel worden teruggespeeld. De bal mag verschillende lichaamsdelen tegelijk raken, op voorwaarde dat het contact tegelijk is. Elk team mag één libero opstellen. De libero is een gespecialiseerde verdedigende speler. Deze moet een opvallende, andere kleur van trui dragen dan de rest van zijn team. De libero mag receptie en verdediging uitvoeren, maar mag geen opslag geven, geen aanval aan het net uitvoeren en geen block uitvoeren.



Speelveld

Speelveld Het volleybalveld is 18 meter lang en 9 meter breed. Je hebt 2 speelhelften van ieder 9 meter lang en 9 meter breed. Het net hangt om 2 meter hoogte. Je speelt 6 tegen 6.



Regels

Belangrijkste regels:

  • Het balcontact moet kort zijn (te beoordelen door de scheidsrechter) en de bal mag met ieder deel van het lichaam worden gespeeld. Het eerste contact mag echter iets minder zuiver zijn.
  • Een speler mag de bal niet twee keer na elkaar aanraken, behalve bij het blokkeren. Uitzondering op deze regel is bij ontvangst van de eerste bal, waarbij het is toegestaan de bal twee keer achtereen te raken, mits dit gebeurt binnen één en dezelfde handeling. Dit telt als één keer spelen.
  • Elk team mag maximaal drie keer balcontact achter elkaar hebben, waarbij de blokkering niet als een balcontact telt.
  • De bal mag de antennes of andere voorwerpen buiten het veld niet aanraken. Het net mag wel geraakt worden (met uitzondering van het deel buiten de antennes), het spel gaat dan gewoon door.
  • Een lichaamsdeel van een speler mag het speelveld van de tegenstander niet raken. De middenlijn hoort bij beide speelvelden. Voor de voeten en handen geldt dat ze volledig over de lijn moeten zijn om als fout beoordeeld te kunnen worden.
  • Een team scoort een punt door de bal het veld van de tegenstander te doen raken (binnen de lijnen of op de lijn) of doordat een tegenstander een fout maakt.
  • Zodra een team een punt scoort krijgt dat team in de volgende rally het recht van opslaan (ook wel serveren genoemd)
  • Het team dat de opslag naar zich toe haalt, roteert voor de opslag kloksgewijs één plaats.
  • Voor aanvang van een nieuwe rally mag een speler worden gewisseld. Ieder team heeft per set recht op maximaal zes wissels. Een speler die is uitgewisseld mag voor diezelfde speler weer worden ingewisseld maar mag daarna in dezelfde set niet nogmaals worden gewisseld. In totaal zijn dit dan dus twee wissels van de maximaal toegestane zes. Een uitzondering is dat de libero vrij gewisseld mag worden voor een willekeurige speler in het achterveld, zij het dat de libero niet mag serveren.
  • Ieder team heeft in elke set recht op twee time-outs van dertig seconden.
  • Tussen twee sets is een pauze toegestaan van maximaal 3 minuten.
  • Op het hoogste niveau zijn er in elke set technische time-outs van één minuut op het moment dat het eerste team het 8e en 16e punt scoort. Dit is niet het geval in een 5e set.
  • Een achterspeler mag een bal gesprongen overspelen, maar enkel indien hij afzet achter de driemeterlijn. Hij mag wel voor de lijn landen. Als de hand waarmee de bal wordt overgespeeld niet boven het net komt op het moment van balcontact, geldt deze regel niet.
  • De libero slaat nooit op en is altijd achterspeler. Hij mag nooit deelnemen aan een blokkerende actie. Op een bovenhandse pass van de libero mag alleen aangevallen worden als deze bovenhandse pass vanachter de driemeterlijn wordt gegeven.


  • Volleybal

    Puntentelling

    Binnen de Belgische en Nederlandse competitie wordt het Rally Point Systeem toegepast. Dit systeem is in het jaar 2000 ingevoerd om het spel aantrekkelijker te laten verlopen. Het komt er op neer dat iedere rally resulteert in een punt voor een van beide teams. De set eindigt als een team 25 punten heeft behaald en minstens twee punten meer heeft dan de tegenstander, dus als de stand 25-24 is wordt er tot 2 punten verschil doorgespeeld. Een eventuele vijfde set gaat tot 15 punten met twee punten verschil.

    Voorheen werd er gewerkt met een ander systeem, het side-out systeem. Hierbij kon alleen het serverende team een punt scoren. Als het niet-serverende team de rally won kreeg het wel de opslag, maar geen punt. Een set eindigde bij 15 punten met twee punten verschil.

    Vanaf begin jaren 90 is het oude systeem langzaam overgegaan naar het nieuwe systeem, te beginnen met alleen de vijfde set op internationaal niveau tot uiteindelijk alle sets tot op het laagste nationale niveau.

    Bij beide systemen is het zo dat het team dat het voorgaande punt gewonnen heeft, de volgende opslag krijgt (behalve bij het begin van een set).



    Punten scoren

    In volleybal kunnen op vele manieren punten worden gescoord. Naast de voor de hand liggende wijze van de bal in of uit slaan, moet ook de techniek van de spelers en de tactiek van de aanval volgens de regels gaan. Opvallend is dat je formeel als team geen punten kan maken, maar alleen dankzij een "fout" van de tegenstander. De meest voorkomende "fouten" waarmee een team punten kan maken staan hieronder:

    In: de bal komt op de grond in de speelhelft van de tegenstander.
    Uit: de bal komt na een aanval door de tegenstander op de grond buiten het speelveld; hieronder vallen ook de bal tegen de muur, het plafond of andere objecten spelen, of de bal tegen, naast of over de antennes spelen.
    Touché: de bal is na een eigen aanval weliswaar uit, maar als laatste nog aangeraakt door één van de tegenstanders.
    voetfouten: Met een lichaamsdeel op of over één van de lijnen staan. Bij een aanval mag de middenlijn niet overschreden worden; bij een aanval van een achterspeler boven de netrand niet de driemeterlijn betreden worden; bij een service mag door de serveerder niet de achterlijn of (de verlengden van) de zijlijnen betreden worden; de overige spelers mogen op dat moment niet met een hele voet buiten het speelveld staan.
    Netfout: een tegenstander raakt (op een hinderlijke of opzettelijke wijze) het net aan de bovenzijde aan.
    Dubbel: men mag de bal geen 2 keer achter elkaar aanraken. Men mag hem wel twee keer aanraken, mits tussen de 1ste en de 2de aanraking een andere speler de bal heeft aangeraakt.
    Viermaal spelen: de bal wordt meer dan drie keer aangeraakt.
    Lang contact (dragen,tillen,liften): een tegenstander raakt de bal een te lange tijd.
    Opstellingsfout: op het moment van de service staat het team niet in de juiste volgorde in het veld.
    Servicefout: de service wordt niet in het veld van de tegenpartij gespeeld of de bal raakt eerst een object anders dan de netrand en komt dan in het veld van de tegenstander of degene die opslaat wacht langer dan 8 seconden.
    Gestolen bal: de bal wordt op jouw speelhelft gespeeld (meestal geprikt) door een speler uit het andere team voor of tijdens de set-up terwijl de bal nog niet over het net is geweest